Anekdotes

Ingezonden herinneringen van leerlingen:

Keuken
In deze keuken werd alles bereid.
Kunt u zich de broodbelegvariaties nog herinneren:
boterham met kokosbrood
boterham kaas met jam als versierende lekkernij
boterham met mayonaise
boterham met pindakaas en chocoladehagelslag
boterham met een zuurkool of boerenkool prakkie zweetkaas en de strijd om het kontje van de kaas.
De warme maaltijd kende ook zijn variaties.

Zondag menu
Aardappelen  en tutti-frutti
Draadjesvlees
Griesmeelpudding met bessensap
Vrijdag menu   Aardappelen en rode bietjes
Vis met botersaus
Op andere doordeweekse dagen kon ook het volgende geserveerd worden.
Spinazie a la creme, rollade met veel vet, bruine bonen met uitgebakken spek,
gestoomde aardappelen (vies).
Toetjes zoals : Rijst met krenten, macaroni met rozijnen, broodpap, drie in de pan, beschuit met jam overdekt met yoghurt waren best lekker.

Overste feest
Een jaarlijks hoogte punt.
Het broeder overste feest.
Des ochtends reveille geblazen
door een echte heraut met trompet
die door de slaapzalen zijn ronde deed.
Festiviteiten op de rijk versierde speelplaats met ondersteuning van de Harmonie uit Amersfoort.

Zelfs het paalzitten was al actueel.

Interieur
Lange betegelde gangen, goed onderhouden door bewoners van “Zon en Schild”
Een voorbeeld van werkvoorziening was het stofzuigen met drie personen:
De eerste bewoog de slang, de tweede hield de stofzuiger vast en de derde persoon droeg zeer functioneel het snoer.
Er waren meerdere zwakbegaafde lieden uit “Zon en Schild”. Zij werden ingezet in de huishouding , als tuinhulp of als onderhoudsknecht.
Een van die knechten  hoorde je overal waar je hem tegen kwam dezelfde slogan zeggen,

“Als Adam en Eva niet zo gezondigd hadden had ik nu niet de plees hoeven schoon te maken”.

Collecties
Wij hebben verschillende verzamelaars op school gehad.
De een verzamelde bidprentjes, een ander hosties in zijn missaal.
Op een dag gebeurde het onvermijdelijke: het missaal viel en alle hosties rolden tergend langzaam over hetmiddenpad.
Ze lagen daar duidelijk zichtbaar voor de misopdragende  pater.
De mis werd onderbroken om de pater gelegenheid te geven de hosties op te rapen.
De leerling die zijn hostiecollectie als sneeuw voor de zon zag verdwijnen, kreeg als tegenprestatie de zwarte kaart gepresenteerd.
Kapel
Speciaal voor de verzorging van de  kapel en het altaar, was er een broeder koster (Christoffelers)
Deze broeder had in onze ogen een vreemde gewoonte: hij opende elke deur met behulp van een closet rolletje.
Kapel
Elke morgen om 7 uur zaten wij in de kapel om de H. Mis bij te wonen.
Deze duurde een  half uur.
De meesten van ons gebruikten deze tijd om “slapend” bij te  komen.
Tegen de tijd dat de communie werd uitgereikt, en je was ingedut, werd je normaliter door je buurman wakker gestoten.

Gebouw
Op de tweede verdieping van  deze vleugels waren een aantal aparte kamertjes waar jongens  sliepen. Broeder Leonides had de leiding.
‘s Morgens om half zeven werd  je met een bons op de deur gewekt.
Het was de bedoeling dat je “goede morgen” zei, als teken dat je wakker was.
Op een dag, nog in diepe slaap, gebruikte ik een vloekwoord in plaats van de gepaste “goede morgen” groet.
In de loop van de dag werd ik op het matje geroepen omtrent  deze niet alledaagse en zeer ongewenste uitdrukking.

Fraude?
In het gebouw waren in de parterre de onderhoudswerkplaatsen zoals de smederij en de timmerwinkel.
Op de verdieping erboven waren de eigen kamertjes van de leerlingen van de derde klas ULO gesitueerd.
In deze kamertjes speelden zich spannende momenten af.
Rapportcijfers werden hier voor bereid.
Proefwerken opgedoken uit de tas van broeder Brunold werden overgeschreven.
Er werden stencils van proefwerken uit de prullenbak van de stencilruimte (aardrijkskundekaartenkamer) gevist en uitgewerkt.
Er werd daarna precies met elkaar afgesproken wat je de volgende dag tijdens het proefwerk “fout” moest
doen. Alles weten viel immers teveel op.
Voor deze activiteiten waren kwaliteiten nodig als slim zijn, nauwkeurig overnemen, selecteren, organiseren, delegeren en spioneren.

De scheet
Midden maart 1961 kwam ik toen op het pensionaat.
De school in Amsterdam wilde mij niet meer hebben.
Omdat ik al ULO ervaring had, werd ik in de tweede klas gezet.
Op de eerste dag had ik nog niet aan de gewone les deelgenomen.
Na het avondeten moest ik  natuurlijk ook mee naar boven om te leren wat ik die dag nog niet geleerd had.
Ik kwam haast achterin de klas te zitten.
De jongens om mij heen zaten natuurlijk naar de nieuwe te gluren.
Voorin zat broeder (ik geloof) Leonides die oppaste dat we braaf ons huiswerk leerden.
Daar begon ik maar wat in de leerboekjes te bladeren.
Na een uur begon ik last te krijgen van een wind, die graag mijn lichaam wilde verlaten.
Dat kan natuurlijk niet dacht ik en begon wat zenuwachtig te  worden.
Ik dorst nog niet te vragen of ik even naar de w.c. kon gaan, dus bleef ik maar zitten en vocht  verder met de steeds groter wordende wind.
Op een gegeven moment werd de druk sterker als mijn sluitspieren en de wind kwam met oorverdovend lawaai naar buiten.
De houten stoel en de stilte in de klas maakten het nog erger.
Wat ik nog weet is dat Peter Fokker achter in de klas op de grond lag.
Hij kon van het lachen niet meer op zijn benen staan.
Ineens had ik allemaal vrienden.
Het ijs was gebroken. Ad van der Horst werd en is nog steeds mijn beste vriend, hoewel ik al 30 jaar in Oostenrijk woon. (Willie Mauriks)

De kerktoren
De kerktoren voor een ieder  “streng verboden gebied”
Toch nieuwsgierig. Sleutel gepikt bij “ Mientje”.
Het was een mooie zondag in het voorjaar.
Wij wilden wat met die dag.
Allereerst hebben we de deur opengedraaid en het touw van de luidklok vastgezet.
Daarna gingen we naar broeder Regis en vertelden hem dat we in de toren geweest waren.
Uiteraard werd hij daarom zeer  boos.
Uitgekookt als wij waren vertelden we hem dat we een  vogelnestje met eitjes hadden
gevonden maar niet wisten van welk soort. Of de broeder
ons dat kon vertellen.  De broeder was een vogelgek en wilde ons wel helpen.
Zijn boosheid was verdwenen.
Beleefd als wij waren lieten we de broeder voorgaan de  trap op. Wij volgden hem
echter niet maar deden de  deur achter op slot.
Een paar uur hebben wij genoten van deze daad. Broeder Regis opsluiten dat was een goeie!!
Na zijn bevrijding hebben we het geweten.
Een ZWARTE kaart en het overschrijven van een Duits gedicht van Schiller.
Mededaders ?      Geen idee!

De Spitsheuvel
Het chauffeurscafe “De Spitsheuvel” was voor een aantal van ons een uitwijk adres om een overlevingspakket in de vorm van een rol koekjes te kopen.
Het warme eten  was regelmatig van zodanige kwaliteit dat de kieskeurige of verwende jongens onder ons geen andere uitweg zagen.
De prefect mocht natuurlijk niet merken dat je niets at, daarom zorgde je voor een met jus besmeerd bord.
Een hongerige mede leerling wiens maag beter bestand was tegen  St Louis kost was vaak blij met een voedselweigeraar. Zijn buikje raakte aardig gevuld.